Als iemand vraagt waarom ik zo stil ben, antwoord ik meestal: “Woorden moeten iets toevoegen.” Ik ben nu eenmaal geen spraakwaterval. En met mij vele anderen. Introvert, heet dat. En daar rust een behoorlijk stigma op – vooral op de werkvloer. Onterecht. Want: stiekem verzetten we bergen. In stilte.

Terug naar 1996. Mijn eerste dag op de basisschool. En ook meteen de eerste keer dat ik uit mijn comfort zone stapte. Nieuwe mensen. En ik moest daar iets mee. Praten? Over wat? Mijn hoofd sloeg op tilt. Het was dan ook huilen geblazen toen mijn vader het schoolplein verliet. 

Ik vond al snel mijn draai in de dagelijkse chaos

Sommige kinderen kun je beter laten kletsen. Niets meer aan doen. En ik wist precies wanneer het gekir en gekibbel me teveel werd. Dan ging ik in de leeshoek onder een dekentje zitten. Met mezelf was ik in prima gezelschap. Soms moest ik alleen even mijn handen voor mijn oren houden.

Meestal werd ik ontdekt door de juf. Die trok me vervolgens terug in diezelfde chaos. “Zo maak je nooit vrienden” zei ze dan. In haar ogen een vleugje medelijden. Totaal niet nodig. Ik was namelijk toen al selectief in mijn ‘soort’ mensen. Hoe stiller, hoe beter. Helaas waren ze op dat moment zeldzaam.

In de jaren die daarop volgden, werd ik socialer

Althans, zo leek het. Als introvert krijg je namelijk nooit écht energie van mensen. Maar: je leert aanvoelen wat mensen van je verwachten – én daarop inspelen. Je leert gesprekken openen en gaande houden. Je stuntelt met woorden als je de telefoon opneemt. En: je doet keurig je zegje tijdens een vergadering. Het voelt onnatuurlijk, maar je bent er ondertussen best goed in. 

Dat zorgt regelmatig voor twijfel. “Ik vind je helemaal niet zo introvert” krijg ik dan te horen. Hilarisch, als je bedenkt dat ik mezelf al 26 jaar ken. Toch beschouw ik het als compliment. Met mijn aanpassingsvermogen zit het wel snor. Maar dat betekent nog steeds niet dat ik er energie van krijg. 

Veel werkgevers zijn een beetje bang voor introversie

Succes staat immers gelijk aan een grote mond hebben. Wie hard schreeuwt krijgt aandacht. Toch? En ja, een introvert steekt wat bleekjes af tegen de mondige collega’s. Stotteren tijdens een presentatie is niet bepaald ideaal. Lafjes reageren op een mijlpaal al helemaal niet. Ik hoor je denken: “Wat gáát er toch om in dat hoofd.” Je zult het nooit weten. En ondertussen buffelen wij door. In stilte. 

Tijdens sollicitatiegesprekken kreeg ik geregeld vragen over mijn introversie. Dat staat namelijk (bijna met koeienletters) op mijn C.V. De meest voorkomende vraag? “Wat betekent dat op de werkvloer?” Vaak wordt introversie verward met passiviteit. Terwijl we minstens zo ambitieus zijn als extraverte kandidaten. Het komt er alleen op een andere manier uit. 

We denken na voordat we iets zeggen

Weet je nog? Woorden moeten iets toevoegen. En een introverte collega weet dat als geen ander. We willen graag een aandeel hebben in een project of overleg. Maar een woeste brainstorm onderbreken is niet onze sterkste kant.

Verwar dat alsjeblieft niet met verlegen zijn. Of sociaal onhandig. Dan doe je ons tekort. We overwegen graag alle mogelijkheden voordat we onze woorden kiezen. En als je ons die tijd geeft, zijn we je eeuwig dankbaar.

We zijn goed in observeren en analyseren

Verbanden leggen is een tweede natuur. Net als problemen herkennen. Of verschillen tussen de gewenste identiteit en het imago van een bedrijf. Negatieve ontwikkelingen? Die voelen we vrijwel direct aan. Net als een slecht humeur bij onze naaste collega’s. In dat geval blijven we (nog verder) uit je buurt. 

We analyseren onszelf trouwens ook – tot in detail. En in onze persoonlijkheid zien we vaak ruimte voor verbetering. Het is dan ook niet gek dat veel introverten de status ‘ambivert’ bereiken. Zie het als een introvert die (soms) extravert lijkt. Ondertussen ben ik er zelf ook zo eentje. Ik noem het: ‘introvert met extraverte uitspattingen.’ En dat gaat de ene dag wat soepeler dan de andere. 

We kunnen heel goed luisteren (lees: we horen je, echt waar)

Leg het één keer uit and we’re on it. Maar: dan moet je er wel voor zorgen dat je vraag volledig is. Zie het zo: wij zijn een spiegel voor het vraagstuk. En als je het zelf niet helemaal weet, dan zie je dat terug in het resultaat. We zijn namelijk niet de eersten die je het hemd van het lijf vragen. Dus: wees duidelijk. Dan kunnen wij doen waar we goed in zijn: analyseren, interpreteren en adviseren.

Aan de andere kant: introverte collega’s zijn over het algemeen self-starters. We vinden het zenuwslopend als je op onze vingers kijkt. Dat blokkeert onze creativiteit op alle fronten. Liever bedenken we zelf een vorm voor een (creatief) vraagstuk. Dat kunnen we. Heus.

We schrijven beter dan dat we praten

Op papier lijk ik zelf behoorlijk extravert. En daar heb je het weer, die verwarring. Olga, je zit de boel erbij te lappen. Hoezo introvert?! Lariekoek. Afijn. Introverte mensen kunnen schriftelijk goed communiceren. Daardoor zijn ze onmisbaar in elk marketingteam. Wij zorgen voor sterke (online) copy, persberichten en posts op social media. En door onze analytische houding kunnen we bij interviews de juiste vragen stellen. Tegenstrijdig? Welnee. Als we het woord krijgen komt er best wat zinnigs uit. 

Leiding geven? Dat kunnen we best. Als de situatie erom vraagt.

Maar verwacht geen autoriteit waar je niet omheen kunt. Introverte managers sturen een team vanuit empathie. We weten wat er leeft bij onze collega’s. En we handelen nooit vanuit onze ego – of die van een ander. We respecteren de mening én autonomie van de ander. Want: we zijn zelf zo autonoom als de neten. Oh, en we nemen bijna altijd gefundeerde beslissingen. Hoe? Door simpelweg na te denken over de mogelijke scenario’s. Deze wereld heeft eigenlijk veel meer introverte leiders nodig..

Waar heeft een introverte collega behoefte aan

Een werkomgeving waarin ‘stil zijn’ niet als ‘passief zijn’ wordt ervaren. Lees: stille wateren, diepe gronden.

Een functie waarin we flink na mogen denken. Van strategie tot beleidsplan. En van doelgroepenonderzoek tot business plan. 

Een plek waar we niet in de spotlight hoeven te staan. We werken liever keihard achter de schermen. 

De ruimte om ons terug te trekken als we de gigantische hoeveelheid sociale interactie en prikkels beu zijn. 

Een manager die ons steunt – en niet op onze vingers kijkt. Daar worden we – door onze zelfbewuste natuur – heel zenuwachtig (en onproductief) van. 

Simpel zat, toch? 

Een ode aan introversie op de werkvloer. Zo noem ik dit schrijfsel. En ik hoop dat het herkenbaarheid én acceptatie oproept. Je kop boven het maaiveld uitsteken. En je daarna weer terugtrekken in je veilige omgeving. Ook dat is introversie (en precies wat ik nu ga doen). 

Olga

Pssst. Als eerste op de hoogte van nieuwe blogs? Schrijf je in voor mijn (frequentieloze) nieuwsbrief.

Leave A Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *